Geschiedenis van Bohm en Berkel…

Het Hendrik Conscienceplein autovrij.. sinds 1972, dankzij de acties

(interview Wybrand Ganzevoort (T. Peeters, 2009)

Hoe verliepen die acties?
Er werd een pamflet gestencild. We hielden van het opschrift ‘Bericht aan de Bevolking’. Dat bericht was deze keer vooral bestemd voor de chauffeurs die we aan de smalle toegangsstraatjes tot het plein zouden proberen tegen te houden. Het moest hen overtuigen om een andere parkeerplaats te zoeken. Die zaterdag, 30 juni 1968, was er volk genoeg om auto’s tegen te houden door op de weg te gaan zitten of toe te kijken of dat lukte – en dat lukte in de meeste gevallen. Maar de pret duurde tot de politie kwam opdagen en ons verbood de auto’s tegen te houden. We mochten de chauffeur wel een pamflet in de handen duwen.
De zaterdag nadien volgde dan een nieuwe actie. De politie had tegelijk een tegenactie georganiseerd en de Wolstraat voor het verkeer afgesloten, zodat het via het Conscienceplein werd omgeleid. Op een gegeven moment komt er in die rij auto’s een bestelwagen aanrijden, die bij een agent stopt. De bestuurder, Ludo Loose, een militant van de Communistische Partij, wijst op de lading achterin en vraagt of hij die mag lossen. Het zijn ijsblokken die zouden moeten dienen voor de koeling van de eetwaar in een restaurant. De politie geeft toestemming en de blokken worden gelost op de volle breedte van het smalle straatje met de vereende krachten van onder meer Hugo Heyrman en Panamarenko, die er een kubusvormige structuur van stapelen. De blokken smelten door de zomerse temperatuur aan elkaar en vormen zo een ‘natuurlijke’ barricade, die verder doorgaand verkeer onmogelijk maakt. Ludo Loose, de bedenker van het plan – dat zijn dus niet de twee happeningmakers – wordt opgepakt en hoort op weg naar het politiebureau in de combi de volgende conversatie langs de boordradio :
‘Hier actie Conscienceplein. Het verkeer kan niet meer langs het pleintje omgeleid worden. Kunnen wij de Wolstraat weer openstellen?

‘Hoezo, waarom?’

‘Er ligt ijs in het straatje en er kunnen geen auto’s meer door.’

‘Wat, ijs in juli?’

‘Ja, ijsblokken.’

‘Leg die dan opzij.’

‘Hm. Dat kan niet. Dat is niet mogelijk.’

‘Hoezo, niet mogelijk?’

‘De blokken zijn aaneengesmolten.’